De God die mij ziet
Door Jacoline Geldof
Samuel kijkt naar de oudste zoon van Isaï. Wat een grote sterke jongen! Eliab is vast de nieuwe koning! Samuel wil zijn hoorn met olie al pakken om hem te zalven. Maar dan hoort hij de stem van God: ‘Nee, deze heb ik niet uitgekozen. Mensen zien de buitenkant, maar ik kijk naar het hart.’
Mijn leerlingen luisteren geboeid. Ze hebben dit verhaal nog nooit gehoord. Welke zoon van Isaï zal koning worden? Abinadab? Samma? Nee, zij zijn het niet. Verrast horen ze over Gods keuze. Voor de jongste. Voor hem, die in de ogen van mensen niet meetelde. Toen al zijn broers door hun vader werden geroepen om aanwezig te zijn bij het offeren, werd David als enige niet geroepen. Alsof hij er niet bij hoorde. Maar door God werd David wel gezien. Echt gezien.
Na afloop van het verhaal vraag ik mijn leerlingen: ‘Waarom koos God nu juist David?’ Bas hoeft er niet lang over na te denken: ‘Nou… als je een goede herder bent, dan ben je ook een goede koning.’ Sommigen kijken verbaasd, maar er wordt ook instemmend geknikt: ‘Ja, want als je goed voor schapen kan zorgen, kan je ook goed voor mensen zorgen.’
‘Dus… omdat hij een goede herder was werd hij gekozen?’ vraag ik. ‘Ja.’ Maartjes bruine staarten gaan op en neer als ze stellig knikt. ‘Want hij had ook een goed hart en God kijkt naar je hart, dat zei u in het verhaal.’
Dan steekt Tim zijn vinger op, hij wil er ook iets over zeggen. Hij heeft zich helemaal ingeleefd in het verhaal en hij vertelt: ‘Weet je, eigenlijk zit het zo: de mensen die wisten niet, dat David zo goed z’n best deed om een goede herder te zijn. Want hij was altijd in z’n eentje, niemand zag hem met die schapen… niemand zag hoe goed hij voor die schapen zorgde. Maar God zag hem wel!’
‘Dus… als niemand ziet hoe hard je je best doet, ziet God het wel? Is dat nu nog zo?’ Ik kijk mijn leerlingen vragend aan. Dan zie ik Jara stilletjes knikken. Ik ken haar al heel lang en ik weet hoe onzeker ze is. Ik geef haar een knipoog. Het is alsof dat haar moed geeft. Want dan zegt ze zachtjes: ‘Ja, ik denk het wel.’ Op haar gezicht verschijnt een glimlach.